Pokken

De officiële naam van pokken is pokkendifterie; bij kippen wordt namelijk door het virus én pokken én difterie (een bepaalde keelontsteking) veroorzaakt. Bij duiven zien we meestal alleen pokken; wanneer een duif lijdende is aan pokken treedt er dikwijls ook trichomoniasis op, en deze slijmvliesontsteking is geen gevolg van pokken. Bij duiven zou het dan ook beter zijn om alleen van pokken te spreken.

 

Er zijn twee vormen: de difterievorm: in het slijmvlies van de bek (deze lijkt erg op 't geel en de pokvorm). Vooral aan de snavel, oogranden, poten en rond de cloaca (slijmvliezen). Besmetting wordt overgebracht door steekmuggen.

 

Als eerste verschijnselen zien we (meestal) een kleine verhevenheid van het ooglid; na enkele dagen groeit dit uit tot een luciferkop grote pok. Pokken kunnen op elk onbevederd gedeelte van de huid voorkomen, maar merkwaardiger wijze zien we die pokken meestal op de oogleden; later kunnen er ook niet alleen pokken rondom de ogen, langs de bekranden en zelfs in de bek voorkomen, maar ook op de neusdoppen. Een enkele keer zien we ze ook op de poten. Het aantal en de grootte van de pokken kan zo groot worden dat de ogen geheel bedekt worden; ook kan de bek zo vol zitten dat er geen voedselpassage meer kan plaatsvinden; in beide gevallen zullen de duiven moeten sterven door gebrek aan voedsel en/of water.

 

Niet alleen kunnen de duiven elkaar besmetten. Dit gebeurt ook door de besmetting van parasieten zoals muggen. Zij maken kleine wondjes. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat in de tijd van veel muggen deze ziekte uitbreekt. De muggen dragen het virus bij zich zonder dat zij er zelf last van hebben. Wanneer er dan één besmette duif in de reismand zit, zal deze alle andere kunnen besmetten. De overnachtvluchten op het einde van de zomer geven daar goede voorbeelden van.

 

Omdat muggen overbrengers van pokken zijn, dient men te zorgen dat deze insecten niet in het hok kunnen komen.

 

 

Veroorzaker

De veroorzaker van pokken is een virus. Er bestaan verschillende soorten pokkenvirussen. Zo kent men onder andere een kippen-, kanarie- en duivenpokken virus. Een duif is wel gevoelig voor het kippenpokken virus doch niet voor het kanariepokken virus.

 

 

Ziekteverschijnselen

Als eerste verschijnselen zien we (meestal) een kleine verhevenheid van het ooglid. Na enkele dagen groeit dit uit tot een pok met de grote van een luciferkop. Pokken kunnen op elk onbevederd gedeelte van de huid voorkomen, maar merkwaardiger wijze zien we de pokken meestal op de oogleden. Later kunnen er ook pokken langs de bekranden en zelfs in de bek voorkomen, maar ook op de neusdoppen. Een enkele keer zien we ze ook op de poten. Het aantal en de grootte van de pokken kan zo groot worden dat de ogen geheel bedekt worden. Ook kan de bek zo vol zitten dat er geen voedselpassage meer kan plaatsvinden. In beide gevallen zullen de duiven sterven door gebrek aan voedsel en/of water.

 

 

Besmetting

Het pokken virus wordt overgebracht door de duiven onderling. De duiven vechten met elkaar en maken daarbij kleine wondjes waarin het virus de kans krijgt zich te ontwikkelen. Daarom zullen de grootste vechtersbazen het makkelijkst geïnfecteerd (besmet) worden en klaagt men dikwijls dat de beste duiven zo gauw besmet zijn.

 

Niet alleen kunnen de duiven elkaar besmetten, dit gebeurt ook door besmetting door parasieten zoals muggen, die kleine wondjes maken. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat in de tijd van veel muggen deze ziekte uitbreekt. De muggen dragen het virus bij zich zonder dat zij er zelf last van hebben. Wanneer er dan bovendien één besmette duif in de reismand zit, zal deze alle andere kunnen besmetten. De overnachtvluchten op het einde van de zomer geven daar goede voorbeelden van.

 

 

Behandeling

Wanneer een duif ernstig lijdt aan pokken, kan men de uitpuilende pokken afsnijden. Men mag echter nooit tot in de huid snijden, maar alleen het bovenuitstekende deel wegnemen. Wat blijft zitten, kan men aantippen met een penseel met jodiumtinctuur. Wanneer men zorgt, dat de duif kan blijven eten en drinken sterft de duif niet. Met andere woorden: de duif sterft niet aan de infectie van het pokken virus, doch alleen omdat hij zich niet kan voeden. Wanneer we maar zorgen dat de duif voedsel blijft opnemen, zal hij niet sterven. De pokken zullen na enige tijd indrogen en afvallen. Er blijft slechts een klein litteken over.

 

 

Voorkomen

Wanneer een duif heeft geleden aan pokken, is hij ongevoelig geworden voor dit virus. Met andere woorden: het virus kan de duif niet meer ziek maken. Tegen pokken kan geënt worden. Er wordt dan een verzwakt (niet meer ziekmakend) pokkenvirus in de huid gebracht en de duif maakt dan zelf de afweerstoffen. Op de plaats van enting (de huid op de voorkant van het dijbeen) zullen na enkele dagen kostjes ontstaan terwijl de huid zich verdikt. Na 10 á 12 dagen ziet de huid er weer normaal uit en zullen de veertjes normaal uitgroeien. De tijdsduur dat de duiven ongevoelig blijven (de immuniteitsduur) zal enkele jaren zijn, hoewel er wel eens een enkele duif geweest is die een jaar na de enting door besmetting toch een kleine pok kreeg.

 

Omdat muggen overbrengers van pokken zijn, dient men te zorgen dat deze insecten niet in het hok kunnen komen.

 

Pas geënte duiven mag men de eerste 10 dagen na het enten niet bij de niet geënte duiven zetten om besmetting te voorkomen.

 

 

 

 

 
 

Foto duivenbeurs Kassel Duitsland

 
Speelgoed voor binnen?