Paratyfus

Paratyfus komt sedert jaren bij duiven voor en veroorzaakt dikwijls vage aanslepende klachten, zoals vermageren, waterige mest, plotse sterfte en vleugelverlamming (verdikt ellebooggewricht), slechte bevruchtingsresultaten tijdens het kweekseizoen en sterfte van nestjongen. De meeste uitbraken komen voor in het najaar. Op besmette hokken zijn dikwijls een aantal gezonde maar besmette kiemdragers aanwezig die de ziekte onderhouden en verspreiden met uiteindelijk een opflakkering tijdens de rui of kweek. 

 

Belangrijk voor de behandeling van het paratyfusprobleem, is te weten of het hok in zijn geheel besmet is of dat het slechts bepaalde afdelingen betreft. Mengmestmonsters van de verschillende afdelingen van het hok, over 5 dagen genomen, zijn de meest gevoelige techniek voor groepsdiagnose. Uiteraard moet vooral mest verzameld worden van verdachte duiven (tijdelijk verdwaalde duiven, fel vermagerde duiven met afwijkende mest, kweekduivinnen met verminderde vruchtbaarheid).

 

Bloedonderzoek is minder betrouwbaar. Gezonde dragers of herstelde duiven zijn immers seronegatief.

 

Vooral in de ruiperiode is een onderzoek op paratyfus belangrijk, aangezien paratyfus meestal doorbreekt door:

- De accumulatie van de opeenvolgende besmettingskansen in de reismand (vooral bij fondduiven).
- Het wegvallen van de kiemonderdrukking na de frequente antibioticakuren tijdens het seizoen.
- De verzwakkende invloed door het ruiproces.


Bij een positief resultaat zijn, naast hoksanering (doden van duidelijk aangetaste duiven), strikte hygiënische maatregelen, medicamenteuze behandeling en verschillende hercontroles nuttig (na 1 maand en nogmaals na 6 maanden). Bij een volgend positief resultaat moet het behandelingsprotocol volledig herhaald worden.

 

Voor Paratyfus heeft preventief antibioticagebruik geen zin, aangezien antibiotica niet preventief werkt en ook niet bij kiemen in ‘rusttoestand’ (zoals bij de kiemdragers bij gezonde dieren). Antibiotica werken pas goed bij kiemen in volle ontwikkeling in een ziektehaard. Jammer genoeg bestaat voor Paratyfus tot op heden geen effectief vaccin.

 

De paratyfusbacterie slaagt erin, zich als het ware te verstoppen in het duivenlichaam (in bepaalde witte bloedcellen, macrofagen genaamd). Op die manier blijven de bacteriën buiten schot voor het verstrekte antibioticum. Na de antibioticumkuur hervat dan vaak de Salmonellen-uitscheiding en worden de omgeving en andere duiven opnieuw besmet. Bovendien blijft de kiem tot wel 2 jaar in mest in leven. De ziekte is bijgevolg moeilijk totaal weg te bannen uit de kolonie.

 

Vaak hebben de meeste duivenliefhebbers te hoge verwachtingen van antibiotica en ook in medicijnen in het algemeen. Door al te kwistig en zinloos gebruik van antibiotica, dreigen bovendien een aantal bacteriële infecties steeds moeilijker behandelbaar te worden. Vaak wordt ook de behandelingsduur niet gerespecteerd en is de dosis te laag (ondermeer omdat duiven te weinig water met medicijnen opnemen, zeker als het koud is). Dit is zeer negatief omdat op die manier minder gevoelige stammen een selectief voordeel krijgen en zo resistente kiemgroepen kunnen ontstaan.

 

 

Veroorzaker

Paratyfus wordt veroorzaakt door een bacterie uit de salmonella groep (de officiële naam van de ziekte is dan ook Salmonellose).

 

Onder de duivenhouders worden de namen vleugelziekte, kreupelziekte, draaihalsziekte en Belgische ziekte gebruikt.

 

De eerste drie namen duiden de afwijking aan die de ziekte kan veroorzaken. De laatste naam, Belgische ziekte, is een totaal foute naam omdat deze ziekte noch in België ontdekt is, noch in dat land meer dan elders voorkomt. Deze naam is ontstaan na de tweede wereld oorlog toen veel Nederlanders in België duiven gingen kopen. Duiven die toen ziek werden leden dan aan de Belgische ziekte (slechts enkele zieke vogels leden aan paratyfus, de meeste leden aan coccidiosis en wormen).

 

 

Ziektebeeld

Al naar de plaats waar de bacterie zich nestelt, kunnen we afwijkingen verwachten. De meest voorkomende afwijking is een gewrichtsontsteking en merkwaardig genoeg bijna altijd van het ellebooggewricht. Ook andere gewrichten kunnen aangetast worden. Het aangetaste gewricht zal pijnlijk zijn en er zal een vermeerdering plaats hebben van het gewrichtsvocht, zodat dit gewricht veel dikker is dan normaal. Aangezien het gewricht zijn functie niet meer goed kan vervullen zal bij een aangetast vleugelgewricht de duif de vleugel laten hangen en bij een pootgewricht de poot niet of nauwelijks gebruiken. Wanneer zo’n ontsteking enkele dagen voortduurt, zal het gewricht stijf worden en nooit meer goed herstellen. Wanneer de bacterie in het evenwichtsorgaan zijn vernietigende werking gedaan heeft, zal de duif met de kop naar één kant gaan draaien. Zo erg zelfs dat de stand van de kop 180 graden gedraaid is. De duif kan zijn kop niet meer normaal houden en zal geen voedsel of water meer tot zich nemen. Wanneer de bacterie in de darmen verblijft, kan ze daar een darmafwijking en extra darmprikkelingen geven zodat we een darmontsteking krijgen met eventueel diarree.

 

Ook is het mogelijk dat de bacterie zich in de lever, nieren of andere organen vermeerdert. Voorkeurplaatsen zijn ook de geslachtsorganen, dus de zaadballen en de eierstok. In de laatste gevallen zullen er geen eieren of geïnfecteerde of onbevruchte eieren gelegd worden.

 

Zoals uit het bovenstaande blijkt, kan de paratyfusbacil zich op vele plaatsen in het lichaam handhaven en vermeerderen, met als voorkeursplaatsen ellebooggewricht, evenwichtsorgaan, darmen en geslachtsorganen. Het is heel goed mogelijk dat de bacterie in de lever of de darmen zetelt, zonder dat de vogel er last van heeft of zo weinig dat de eigenaar niets merkt. Zulke vogels noemen we dragers. Wanneer de vogel de bacterie ook nog uitscheidt, is hij een uitscheider. Dit kan heel lastig zijn voor het opsporen van de ziekte.

 

Telkens zijn er duiven met tekenen van paratyfus. De drager lijkt kerngezond en is zonder meer niet als zodanig te herkennen.

 

 

Besmetting

De besmeting kan alleen plaats vinden door middel van de met de bacterie besmette dieren. Dus: duiven die lijden aan paratyfus en die de bacterie ook uitscheiden, zijn verantwoordelijk voor het besmetten van de andere vogels. Meestal gebeurt dit via de ontlasting, maar het is ook mogelijk via het slijm uit de keel of de kropmelk. De bacterie kan zich zeer snel vermeerderen in een vochtige warme omgeving. Zieke dieren dienen dan ook zo snel mogelijk afgezonderd te worden om de kansen van besmeting te voorkomen. In een duivenhok (waar het voer op de grond ligt) of waar op de grond wordt gevoerd (waar ook de ontlasting ligt) is de kans op besmetting natuurlijk veel groter dan wanneer er alleen in de voerbak gevoerd wordt. Ook de reismanden kunnen een bron van besmetting zijn. Bij het opnemen van voer en/of water zal de bacterie (dit zijn er dan altijd zeer velen) in de darmen komen en via het bloed overal in het lichaam terecht komen. Tenzij de duif een zekere weerstand heeft en hij de bacterie kan vernietigen.

 

 

Voorkomen

Men kan in principe de ziekte weren door zorg te dragen dat de duiven geen paratyfusbacillen kunnen opnemen. Dit lijkt eenvoudig doch is onmogelijk. Onze duiven vliegen rond en kunnen eten en drinken zonder dat wij het willen (en weten). Maar ook tijdens het vervoer kunnen de duiven besmet worden. Goede hygiëne is erg belangrijk. Duiven kunnen ingeënt worden tegen paratyfus. Zoals in het begin van dit hoofdstuk is beschreven worden bij de enting gedode bacteriën ingespoten waardoor er antistoffen door de duif worden gemaakt. Met nadruk wordt er nog eens op gewezen, dat men bij de enting gedode bacillen inspuit en men dus nooit de ziekte als zodanig inspuit. Lijdt de duif aan paratyfus bij de enting, dan zal de ziekte zich verergeren doordat dan antistoffen die gemaakt worden tegen de levende bacteriën nu gebruikt worden tegen de ingespoten dode bacteriën en de levenden de kans krijgen zich te vermeerderen. Met uitgebreide proeven is bewezen dat de paratyfusenting (en ook de pokkenenting) geen nadelige invloed heeft op de vliegprestaties.

 

 

Behandeling

Duiven die lijden aan paratyfus, moeten direct apart gezet en door de dierenarts behandeld worden. Het is heel goed mogelijk dat slechts één duif besmet is. De kans dat er meer duiven besmet zijn, is echter groot en u dient dan ook de adviezen van de dierenarts nauwkeurig op te volgen. Om met zekerheid te kunnen zeggen dat een duif lijdt aan paratyfus, dient men dit via de bacteriën of de specifieke antistoffen aan te tonen. Als de duif gestorven is ten gevolge van paratyfus kan de bacterie uit de organen gekweekt worden. Bij het levende dier kunnen de antistoffen via een bloedmonster aangetoond worden. Wanneer de duif uitscheider is, dat wil zeggen de bacterie met de ontlasting wordt uitgescheiden, kan men met bepaalde kweekmethoden deze speciale bacterie die tussen al die andere bacteriën aanwezig is aantonen.

 

De grote vraag is telkens: moet een duif die lijdt aan paratyfus worden behandeld of moet hij gedood worden?

 

Wanneer een duif gedurende enkele dagen een afwijkend gewricht heeft, dan is dit gewricht bijna altijd inwendig vernield en kan de duif zijn vleugel nooit meer helemaal goed gebruiken. Als vliegduif kan men deze dan ook niet meer aanhouden. Is de duif goed behandeld met geneesmiddelen en vrij van paratyfusbacillen en zijn er behalve het gewricht geen organen vernield, dan kan een dergelijke duif voor de kweek bruikbaar zijn. Men neemt wel enig risico daar het nooit voor 100 procent zeker is, dat de duif geen bacillendrager is.

 

Duiven die lijdende zijn aan paratyfus en daarbij vermageren of een abnormale houding van de kop hebben, zijn zeer moeilijk te genezen en blijken in de praktijk nooit meer goede vliegduiven te zijn en zijn dikwijls nog dragers en uitscheiders. Wanneer er in een duivenhok één of meer duiven zijn die lijden aan paratyfus, dan dient men de gehele kolonie te behandelen. Wanneer namelijk één duif besmet geraakt is, dan is de kans zeer groot dat de anderen ook besmet zijn. Ook al zien we op dat ogenblik aan hen nog niets bijzonders. Ook is het mogelijk dat er tussen alle goed ogende duiven, een duif zit die uitscheider is zonder dat we dat in de gaten hebben. Juist die duiven moeten zo snel mogelijk behandeld worden om een verdere verspreiding te voorkomen.

 

Mensen kunnen ook ziek worden wanneer ze besmet worden met de paratyfus bacil, waarbij dan zeer ernstige maagdarmstoornissen kunnen optreden, met eventueel hoofdpijn. Bij kleine kinderen en mensen met zeer weinig weerstand kan deze ziekte zelfs tot de dood leiden.

 

 

 

 

 

 

 
 

Foto duivenbeurs Kassel Duitsland

 
Speelgoed voor binnen?