Ectoparasieten

Ectoparasieten veroorzaken over het algemeen geen last bij de duif, wel gaat het vaak te koste van de rust op het hok. Ook voor sommige sierduiven, welke naar tentoonstelligen gaan, is het een groot probleem.

 

Ectoparasieten zijn parasieten (ongedierte) die aan de buitenkant van het dier zitten. Dit in tegenstelling tot de endoparasieten die in de darmen, dus in het lichaam, voorkomen.

 

Er zijn slechts enkele luizen en mijten belangrijk bij postduiven:

  • Lange luis
  • Kleine luis
  • Schachtmijt
  • Schurfmijt
  • Bloedmijt

 

 

Stuitluis

Schachtmijt: tegen de schacht van de slagpennen (alleen de witte)

 

Schurftmijt: langs de veerschachten tot in de veerfollikels toe. Locatie: onderkant borstbeenkam, op de vleugels, de rug en de hals. Dekveren laten los en er ontstaan kale plekken.

 

 

Schurft


Rode vogeluis of bloedluis

De vogelmijt (Dermanyssus gallinae deg.) is een ectoparasiet, die in de volksmond ook wel “bloedluis” wordt genoemd. Hij komt algemeen voor bij vogelsoorten, zoals kippen en volièrevogels, maar ook bij reptielen. In de professionele pluimveehouderij is het een grote plaag waarvoor maar weinig bestrijdingsmogelijkheden zijn. 

 

Doordat de mijten veelvuldig bloed drinken, krijgen de aangetaste dieren bloedarmoede en zijn ze veel vatbaarder voor ziekten. Ook is de mijt in staat om zelf ziekten over te brengen.
De bloedmijt kan zich zeer snel voortplanten en kan daardoor uitgroeien tot een enorme populatie. Door de veelvuldige bloedafname leidt dit tot verzwakking van onze duiven, met als gevolg mogelijke sterfte.

 


Algemene kenmerken:
Een volwassen bloedmijt is ongeveer 1 mm groot, heeft 8 poten en is donkerrood van kleur.

Per dag kan een vrouwtje 3 tot 7 eieren leggen die ze verstopt heeft in allerlei naden en kieren. Afhankelijk van de temperatuur komen de eieren na 1 à 2 dagen uit. Wanneer de omstandigheden niet ideaal zijn, kunnen de eieren maandenlang blijven liggen. Ze komen dan pas uit wanneer het klimaat voor hen weer beter is. Op deze wijze kunnen de bloedmijten zonder problemen overwinteren. Voordat de mijt volwassen is, doorloopt hij een aantal nimfenstadia, een larve die steeds een andere gedaante aan neemt. Bloedmijten kunnen maximaal een half jaar oud worden en kunnen maandenlang zonder voedsel leven.

 

 

Leefwijze:
Ze leven in de directe omgeving van de duiven. Ze houden zich op in het duivenhok, waar ze zich overdag verstoppen in naden en kieren. Ze zijn lichtschuw en komen pas tevoorschijn als het donker is. Ze betreden dan hun gastheer en zuigen door middel van een speciale zuigsnuit bloed af bij de rustende duiven. Ook in de broedschalen en op de jonge vogels komen we ze veelvuldig tegen.

 

 

Symptomen:
Het is belangrijk dat een bloedmijtaantasting zo vroeg mogelijk wordt ontdekt. Controleer daarom regelmatig het duivenhok op de aanwezigheid van mijten, door goed de naden en kieren te bekijken. Een goede controleplaats is de onderkant van de zitstok bij de uiteinden. U kunt zo een aantasting in een redelijk vroeg stadium ontdekken.

Ook de duiven zelf geven aan wanneer er iets mis is. Ze gaan “dik zitten”, vermageren en zijn lusteloos. Wanneer u deze symptomen herkent, is de aantasting serieus en is het hoog tijd om in te grijpen.

 


Bestrijding:
Het bestrijden van bloedmijten is een moeilijke opgave. Er zijn een aantal chemische bestrijdingsmiddelen in de handel, maar geen van allen werkt afdoende. Het probleem is dat de eieren en de mijten voor langere tijd diep weg kunnen kruipen en zonder voedsel maandenlang kunnen overleven.



Luisvlieg

Komt bij meerdere vogels voor. Is een bloedzuiger die bij het aanprikken naar bloed in de veerfollikels, in de groeiende veer, kleine gaatjes achterlaat. 

 

 

Lange luis

De lange luis kunnen we tegenkomen op de slagpennen en de dekveren van het hele lichaam. Bij de ziekte, wanneer de duif zelf de parasiet niet meer bestrijdt, zullen ze zich snel vermeerderen. Ook jonge duiven kunnen veel last van deze lange luizen hebben. De lange luis kan men goed zien bij het spreiden van een vleugel en wanneer de duif er veel heeft, ook op hals en kop en rug.

 

Kleine luis of stuitluis

De kleine luis of stuitluis is klein en rond.

 

Ook zij leeft van veerafval. Zij is schadelijker dan de lange luis aangezien ze veel irritatie (prikkeling, branderigheid) geeft en dient te allen tijde bestreden te worden. Wij vinden haar, als ze op het lichaam aanwezig is, aan de onderzijde van de dekveren bij de stuitklier, maar ook aan de onderkant van de dekveren van de hals. De stuitluis kan men alleen vinden door aan de onderkant van de dekveren van stuit en hals te kijken. Men dient vrij vlug te handelen aangezien deze parasiet lichtschuw is en naar de andere kant loopt.

 

 

Schachtmijt

Bij de mijten is de belangrijkste de schachtmijt. Deze zit langs de schacht van de slagpennen en wel bij de witte slagpennen. Ook deze leeft van veerafval en geeft alleen irritatie.

 

De schachtmijt is het beste te zien wanneer men de vleugel tegen het licht houdt; ze zijn als kleine zwarte puntjes aan weerskanten van de schacht te zien.

 


Schurftmijt

De schurftmijt zien we gelukkig bijna niet meer.

 

Deze veroorzaakt veeruitval en is dan ook zeer schadelijk. Ze leeft aan de buitenkant van de veerschacht, in de veerfollikel. De schurftmijt is alleen onder de microscoop te herkennen.

 

Hebben de schachten van de (vanzelf) gevallen dekveren een verdikking dan is het vrij zeker dat deze mijt de oorzaak van het loslaten van de veer is. De veerschacht wordt verdikt en de veer wordt afgestoten. Er ontstaan kale plekken.In tegenstelling tot de zogenaamde kale borsten (die veroorzaakt worden door een mechanische beschadiging en alleen aan de voorborst voorkomt en waarbij kleine stukjes veer blijven zitten) zien we hier kale plekken aan de onderkant bij de borstbeenkam en op de vleugels, rug en hals.

 


Bloedmijt

De bloedmijt, ook de rode bloedluis genoemd, vinden we bij inspectie van de duif niet. Overdag zetelt ze in kieren en naden van het hok, ‘s nachts komt ze tevoorschijn en gaat bloedzuigen. Ze is zeer schadelijk door het bloedzuigen (vandaar de rode kleur) en door irritatie. Om ze te vinden, dient men ‘s nachts het hok te inspecteren en op en onder de zitstokjes te zoeken. De rode bloedmijt is alleen ’s avonds te vinden als kleine rode (zich snel voortbewegende) beestjes op en onder de zitstokken.

 

Andere parasieten, zoals vlooien en teken, komen bij postduiven nauwelijks voor.

 

Een postduif behoort geen enkele parasiet te hebben en we moeten dan ook zorgdragen, dat ze vrij is van deze diertjes. Het gezegde van ‘het zijn er maar een paar, dat hindert niet’ is fout.

 

Bestrijding van ectoparasieten:

De middelen waarmee we ectoparasieten, maar ook vliegen en muggen enz., bestrijden noemen we insecticiden. Deze middelen dienen om de parasieten (insecten) te doden maar de duiven mogen er geen last van ondervinden. Worden verkeerde insecticiden gebruikt of wordt het middel verkeerd gebruikt, dan krijgen we moeilijkheden.

 

Wij moeten er voor zorgen de gebruiksaanwijzing die bijgesloten is of op de verpakking staat, nauwkeurig op te volgen. Een algemene regel is dat duiven de stoffen niet binnen mogen krijgen of in de ogen. Scherm dit dus goed af.

 

Gebeurt dat in kleine mate, dan zult u niets aan de vogel zien maar de vogel zal niet in topconditie kunnen komen! Is de vergiftiging erger dan zullen de duiven geen dons meer gooien en in de ergste gevallen zullen ze na enkele dagen sterven.

 

 

 

 

 

 

 
 

Foto duivenbeurs Kassel Duitsland

 
Speelgoed voor binnen?